|
|
Grote verzoendag
http://www.immanuel-gemeente.nl/documents/FEESTEN_van_de_HEER_A4_Bert_Otten.pdf
6e Feest van de HEER:
Het 6e totaal Feest van de HEER is de Grote Verzoendag, het 5e jaarlijkse Feest, de 10e dag van de maand
Tisjri, negen dagen ná de Bazuinendag en vijf dagen vóór het Loofhuttenfeest.
I. Verzoendag & de Natuur
In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat de Bazuinendag, Rosj HaSjana, de nieuwjaarsdag is van de
burgerlijke kalender. De Nieuwe Maan van Tisjri is de eerste dag van het burgerlijke jaar, van het nieuwe
oogstjaar, en vanaf hier worden de jaren geteld om aan het sabbatsjaar te komen. Na 7 sabbatsjaren, na 49
jaar, komt er een toegevoegd 8e sabbatsjaar, het 50e jaar, het Jubeljaar! Zoals Pinksteren (50e dag) volgt op
de 7e sabbat, zo volgt het Jubeljaar (50e jaar) op het 7e sabbatsjaar!
Echter, het Jubeljaar, het 8e sabbatsjaar, wordt afgekondigd op de Grote Verzoendag. Zoals men met
Pinksteren twee sabbatten achter elkaar heeft, zo heeft men in het 49e en 50e jaar, twee sabbatsjaren
achter elkaar. Het Jubeljaar is niet alleen een rust voor het land, maar iedereen krijgt zijn land, zijn
erfbezit, zijn eigen stukje natuur, weer terug!
Voorts zult gij u 7 jaarsabbatten tellen, zevenmaal 7 jaren; zodat de dagen van de 7 jaarsabbatten 49
jaren zijn. Dan zult gij Bazuingeschal doen rondgaan in de 7e maand [Tisjri] op de 10e van de maand;
op de [Grote] Verzoendag zult gij de Bazuin doen rondgaan door uw ganse land. Gij zult het 50e
jaar heiligen en vrijheid in het land afkondigen voor al zijn bewoners, een Jubeljaar zal het voor u
zijn, dan zal ieder van u tot zijn bezitting en tot zijn geslacht terugkeren. Een Jubeljaar zal dit 50e
jaar voor u zijn, dan zult gij niet zaaien en wat dan vanzelf opkomt zult gij niet oogsten en dan
zult gij de ongesnoeide wijnstok niet aflezen. … Wanneer gij zegt: wat zullen wij in het 7e jaar eten,
zie, wij mogen niet zaaien noch onze oogst inhalen, dan zal Ik mijn zegen in het 6e jaar over u
gebieden, dat het u een opbrengst geve voor drie jaren. In het 8e jaar zult gij zaaien, maar van de
vorige oogst eten, tot het 9e jaar; totdat de oogst daarvan binnenkomt, zult gij van de vorige eten (Lev
25:8-22).
Alle Feesten van de HEER hebben met de natuur, het land en de oogst, te maken, ook de Grote Verzoendag.
De Grote Verzoendag was het begin van het Jubeljaar. Men keerde dan tot zijn voorvaderlijke bezittingen en
akkers terug. Men kon die hoogstens gaan inspecteren, maar men mocht niet gaan ploegen of zaaien … het was
het 8e sabbatsjaar, het Jubeljaar! Ook dat Jubeljaar werd aangekondigd met bazuingeschal (sjofar), op de
10e Tisjri, op de Verzoendag.
II. Verzoendag & Israël - III. Verzoendag & JC/Behoud
De Grote Verzoendag was voor Israël de belangrijkste dag van het jaar. De lengte en frequentie van zaken in
de Bijbel kan het belang van dingen onderstrepen.
Zo noemt de Bijbel:
• 140x Sabbat
• 70x Pascha en
• 46x Nieuwe Maan of Eerste Dag der maand. Dat zegt al iets.
Zo ook met de Grote Verzoendag. Er wordt een heel hoofdstuk aan de Feesten van de HEER (Lev 23) gewijd,
maar zeven hoofdstukken daarvoor wordt er aan de Verzoendag alleen al, één héél hoofdstuk gewijd (Lev 16).
Van alle Feesten wordt deze dag het uitvoerigste beschreven.
Voor Gods Troon
Het volk nadert door haar hogepriester symbolisch direct tot Gods
Troon. Het hele jaar door bracht men ook wel offers ter reiniging,
vergeving en verzoening. Elke Nieuwe Maan werd er bij voorbeeld een
geitebok als zondoffer ter verzoening geofferd (Num 28:15; Neh
10:33), maar de Grote Verzoendag was de enige dag in het jaar dat de
Hogepriester in het Heilige der Heiligen, voor de Ark des Verbonds
mocht komen. Dit was de meest plechtige gebeurtenis van het jaar,
ter verzoening van het volk met God, zonder dat men besefte dat het
tevens het offer van de Here Jezus Christus (Heb 8-9) verbeeldde. Het was alsof God wilde zeggen:
“Voordat jullie mijn Feest (15-21 Tisjri) gaan vieren, moet ik jullie als volk toch nog eerst reinigen voor al
die dingen waar jullie vergeten van zijn om Mij om vergeving te vragen …”
De parallel met de voorjaarsfeesten is duidelijk. Eerst Pascha … dan komt pas het Feest (15-21 Nisan) … eerst
Verzoendag, de Vastendag … dan komt pas het Feest (15-21 Tisjri).
De Grote Verzoendag
Dit is de Sabbat der sabbatten, de absolute rust, men mag zelfs niet eten en drinken. Dan blijft er weinig
over om (fysiek) te doen. Men moet zich dan wel tot God en Zijn Woord richten. Echter, voor de hogepriester
was dit de drukste dag van het jaar. Met een lege maag moest hij nog harder werken dan ooit … als middelaar
voor het volk.
God creëert heiligheid door hiërarchie en rangorde. Dit is belangrijk om de heiligheid van de Grote
Verzoendag te beseffen, ook voor vandaag. Er zijn nog wel wat christenen die de andere heilige dagen wèl
gaan vieren, maar de Verzoendag niet zien zitten. Waarom zouden we vasten? Christus is toch al gestorven.
Het maakt niet meer uit. Dit is niet logisch, want dan hoeven we ook geen Pascha of Pinksteren meer te vieren
… Christus is immers toch al gestorven en is de Geest is toch al uitgestort. Als ik elke dag Gods Geest heb, en
als ik mijn doopdag gedenk … waarom zou ik dan nog Pinksteren moeten vieren?
Heilig, heiliger & heiligst
Afgezien van die ene historische gebeurtenis bij het gouden Kalf waren de Levieten heus niet heiliger dan bv.
Zebulonieten. Maar God gebruikte een hele lange hiërarchie, om de hogepriester als meest heilige persoon aan
de top te laten staan. Er waren onbesnedenen, besneden Israëlieten, Levieten, priesters en uiteindelijk de
hogepriester. In de OT hiërarchie staan de onbesnedenen onderaan, dan komen de kinderen, de gehandicapte
volwassenen, de vrouwen, de mannen, etc.: de onbesnedenen, de kinderen, de vrouwen, de mannen, de Levieten,
de priesters, de hogepriester!
Bij de Tweede Tempel hadden ze ook allemaal hun eigen voorhof. Men heeft het Griekse bord gevonden die de
heidenen, de onbesnedenen, waarschuwde, niet verder in het tempelcomplex door te dringen, op straffe des
doods! Waar Jezus, de discipelen en de vrouwen konden komen op het tempelplein, daar mochten de blinden,
lammen en heidenen niet komen! Maar zelfs Jezus en de discipelen kwamen niet verder dan de voorhof der
mannen, en konden niet al te dicht bij de tempel naderen.
Heilig, heiliger en heiligst, is een gemakkelijke indeling die ons de heiligheid en de ernst der zaak zal doen
verstaan. In feite is het hele volk heilig, in vergelijking tot de andere volken, maar laten we ons beperken tot
1. heilige personen, 2. plaatsen en 3. tijden.
Heilig, heiliger & heiligst toegepast op personen geeft:
• Levieten -> heilig
• Priesters -> heiliger
• Hogepriester -> heiligst
Nogmaals, dit heeft met de functie te maken, de kleine en jonge
Samuël was heiliger dan de hogepriester Eli!
Het draait allemaal om God. Zijn troon wordt verbeeldt door het
gouden verzoendeksel op de ark met de twee cherubs. Om des te
dichter bij die troon te dienen, des te heiliger de functie moet zijn.
Levieten dienen in het tempelcomplex, maar alleen de priesters mogen
dagelijks in het Heilige komen.
Heilig, heiliger & heiligst toegepast op plaats, geeft:
• Tempel -> heilig
• Het Heilige -> heiliger
• Heilige der heiligen -> heiligst
De Levieten waren heilig. Ze hielpen de priesters, ze waren ondermeer zangers en poortwachters, kortom zij
dienden in de heilige tempel, maar alleen de priesters mochten in het Heilige komen om de lampen, de wierook
en de toonbroden te verzorgen, en van hen mocht alleen de hogepriester in het Heilige der heiligen komen!
Hiërarchie geldt echter niet alleen voor personen en plaats, maar óók voor tijd!
• werkdagen
• Purim & Chanoeka Bijbelse Feesten, maar niet van de HEER, ze staan niet in Leviticus 23
• tussendagen van Ongezuurde Broden en Loofhutten, die geen sabbatten zijn
• Pascha is wèl Feest, maar géén sabbat
jaarlijkse feesten, die sabbat zijn
• wekelijkse sabbat
• Grote Verzoendag!
Sabbat der sabbatten
De Grote Verzoendag is de allerheiligste dag van het jaar, de Sabbat der sabbatten.
Heilig, heiliger & heiligst toegepast op tijd geeft:
• Jaarlijkse Sabbat -> heilig
• Wekelijkse Sabbat -> heiliger
• Grote Verzoendag -> heiligst
De Grote Verzoendag even niet meegerekend dan zijn er zes jaarlijkse sabbatten: 1e en 7e dag der
Ongezuurde Broden, Pinksterdag, Bazuinendag, 1e dag Loofhuttenfeest en de Achtste Dag. Die jaarlijkse
sabbatten zijn heilig en men mocht niet werken of geld verdienen. Maar in tegenstelling met de wekelijkse
sabbat mocht men wel koken of eten bereiden op een dergelijke dag:
Zowel op de 1e als op de 7e dag [der ongezuurde broden] zult gij een Heilige Samenkomst hebben;
generlei arbeid zal daarop verricht worden; slechts wat door ieder gegeten wordt, alleen dat mag
door u bereid worden (Ex 12:16).
Het eten voor de sabbat, echter, moest op de vrijdag, op de voorbereidingsdag, bereid worden. Als wij sabbat
vieren doen wij er ook goed aan, om zoveel mogelijk (kook)werk naar de vrijdag te schuiven, en afgezien van
het hoognodige zoveel mogelijk het opruimen te laten liggen voor ná de sabbat.
Dubbele Sabbatten
De 1e Dag der Ongezuurde Broden, echter, kan soms op zondag vallen, de 7e dag der Ongezuurde Broden kan
op vrijdag vallen en de Pinksterdag valt altijd op zondag, daags na de sabbat. Men heeft dan een rustperiode,
een dubbele sabbat, van tweemaal 24 uur. Als men de Torah dan goed bestudeert, dan blijkt dat de wekelijkse
sabbat heiliger is dan de jaarlijkse sabbatten! Als de jaarlijkse sabbat op vrijdag of zondag valt, dan dient
men zoveel mogelijk kook en afwaswerk op die jaarlijkse sabbat vóór en ná de wekelijkse sabbat te doen, want
de wekelijkse sabbat is heiliger.
Dit is van belang om te beseffen dat de Grote Verzoendag nog heiliger is! Op de jaarlijkse sabbat, zoals
Pinksteren, moet je rusten, mag je niet werken, maar je mag wel je eten bereiden. De wekelijkse sabbat is zo
heilig dat men niet mag werken en ook geen eten bereiden. Nu was in de Oudheid een vuur maken en eten
bereiden een hoop werk, het gaat dus om dat werk. Niet om het afstrijken van een lucifer. Het gebruik van
moderne middelen en technieken, zoals ovens en magnetron, halen ons juist het werk uit handen.
Er zijn dus drie soorten sabbatten van 24 uur: de jaarlijkse sabbat, de wekelijkse sabbat en de Grote
Verzoendag, ofwel de Sabbat der sabbatten. Op de jaarlijkse sabbat mocht men èn koken èn eten; op de
wekelijkse sabbat mocht men niet koken, maar wèl eten en op de Grote Verzoendag mocht men 24 uur lang
zelfs niet eten (zwakken, zieken, zwangeren en zogenden uitgezonderd).
De frequentie
De frequentie van handelingen, en het afnemen daarvan, geeft ook de heiligheid weer. Brandoffers en alle
zaken op het tempelplein, de zangers, de Levieten, het ging elke dag de hele dag door!
De priesters kwamen ook wel dagelijks in het Heilige om de lampen te verzorgen en om wierook te offeren,
maar dat was alleen op bepaalde momenten. Er heerste rust, stilte en heiligheid in het Heilige. Ten tijde van
Zacharias, de vader van Johannes de Doper, waren er al zo veel priesters dat er geloot moest worden wie die
dag in het Heilige mocht dienen. De twaalf ongezuurde toonbroden in het Heilige werden door de priesters
niet dagelijks vervangen, dit gebeurde alleen op de sabbat.
En zo krijgt ook die Grote Verzoendag zijn heilige status. Slechts één keer per jaar mocht de hogepriester
de Ark in het Heilige der heiligen naderen, met het bloed van de geitenbok die door het lot aangewezen was
en wel op de Grote Verzoendag! We zien dan dus de heiligste persoon (qua
functie), op de heiligste plek, op de heiligste tijd! … Staan voor de troon en
het aangezicht van de Heiligste God!
Het fysieke <-> het geestelijke
Ten overstaan van de eeuwige, heilige, Schepper van hemel en aarde, de
allerhoogste en in feite enige God, die een groot Licht is, die Geest is … is al het
fysieke onrein, onheilig … men kan die God niet in trots, hoogmoed en
wapengekletter naderen. Om het volk te doordringen van dat allerheiligste
moment moesten zij zich verootmoedigen. Door te vasten, door niet te eten
stopt zelfs het lichaam zijn werk. De hogepriester mocht zijn mooie kleren niet aan en moest zich vele malen
baden, reinigen en in gewone linnen priester kleding de grote God in het Heilige der heiligen naderen.
De profeten beseften heel goed dat zij als fysieke mensen onrein waren, wanneer zij in visioenen de grote en
geduchte God van Israël zagen (Jes 6:5). Als ons fysieke ‘zijn’ al onheilig is in Gods aanwezigheid, dan is het
strelen van de zinnen dat des meer, vasten dus. Het is logisch – ook al wordt het niet genoemd (in Lev 16) –
dat men op de Grote Verzoendag ook niet ‘tot de vrouw mocht naderen’, geen seks dus.
God verbood Israël wel expliciet seksuele handelingen, door Mozes, de dagen vóór Hij op de berg Sinaï
neerdaalde en de Tien Geboden gaf. Geen seks hebben is ook een vorm van vasten, van zich vernederen:
En de HERE zeide tot Mozes: Ga tot het volk; heilig hen heden en morgen, en laten zij hun klederen
wassen. En tegen de 3e dag zullen zij gereed zijn, want op de 3e dag zal de HERE nederdalen voor de
ogen van het gehele volk op de berg Sinaï … Toen daalde Mozes de berg af naar het volk; hij heiligde het
volk en zij wiesen hun klederen. En hij zeide tot het volk: Weest over drie dagen gereed, nadert niet
tot een vrouw (Ex 19:10-15).
Wat gebeurde er …
Het is moeilijk om de gebeurtenissen van de Grote Verzoendag op een kunstmatige manier te scheiden in II.
Verzoendag & Israël en in III. Verzoendag & Jezus/Behoud en daarom zullen we gelijk al op de geestelijk
betekenissen van de plechtigheden ingaan.
Men dient de volgende zes symbolen of schaduwen in de gaten te houden om straks de sprong te kunnen
maken naar de betekenis van de Verzoendag voor de christen, voor de Kerk.
1. het verzoendeksel = Gods Troon
2. de geslachte bok = de gestorven Jezus
3. de hogepriester = de opgestane & wederkerende Jezus
4. de bok Azazel = de Satan, de Duivel
5. de man met de bok = de engel met ketens
6. de woestijn, de klif = de bodemloze put
Na vele reinigingen en offers trad de hogepriester met het bloed van de eerste bok het Heilige der heiligen
binnen en sprenkelde dit éénmaal op het Verzoendeksel, en zevenmaal vóór het Verzoendeksel. Wanneer dat
eenmaal gebeurd was, dan legde de hogepriester al de zonden op de kop van de levende geitenbok. Een ‘man
die gereed stond’ bracht de ‘levende bok voor Azazel’ naar de woestijn, en de Talmoed vertelt ons dat in de
Tweede Tempel periode die bok van een klif gestoten werd, om te voorkomen dat hij ooit weer terug naar
Jeruzalem zou komen met al de zonden van het volk.
Openbaring 19-22: de sleutel!
Het Judaïsme kent en erkent het boek Openbaring niet, maar daarin staat eigenlijk de sleutel tot de
betekenis van de najaarsfeesten:
• Bazuinendag is de Wederkomst van Christus (Opb 19).
• Grote Verzoendag is de verbanning van Satan (Opb 20:1-3) ná de Wederkomst.
• Loofhuttenfeest verbeeldt het Messiaanse Vrederijk van 1000 jaar (Opb 20).
• De Achtste Dag verbeeldt de ‘happy end’, het Nieuwe Jeruzalem (Opb 21-22).
Categories: None
The words you entered did not match the given text. Please try again.
Oops!
Oops, you forgot something.