Blog

Bijbelstudie Paul van Teefelen De staf van Aaron

Posted by Miriyam Burger on October 6, 2012 at 7:40 AM

 

 

BIJBELSTUDIE

 

DE STAF VAN AÄRON

 

Paul J.M. van Teeffelen

 

 

 

In Exodus 5, vanaf vers 1, lezen we dat Mozes en Aäron bij Farao komen en in de Naam van de God van Israël eisen dat Zijn volk wordt vrijgelaten.

 

Maar Farao heeft daaraan geen boodschap. De eis die Mozes en Aäron stellen leidt alleen maar tot een nog hardere behandeling van het Hebreeuwse volk.

 

Opnieuw komen Mozes en Aäron bij Farao (Exodus 7:10 e.v.). Voor de tweede keer eisen zij dat Farao de Israëlieten uit Egypte laat vertrekken. Een eis in de Naam van de God van Israël.

 

Farao vraagt dan om een wonderteken. En Aäron werpt zijn staf neer voor het aangezicht van Farao en het Egyptisch hof, en de staf wordt een slang.

 

Op bevel van Farao komen 2 tovenaars van het Egyptisch hof naar voren. Het zijn Jannes en Jambres (2 Timoteüs 3:8).

 

Als deze tovenaars hun staf ook neerwerpen worden deze staven door hun toverkunsten ook slangen. Maar de staf van Aäron verslindt zowel de toverstaf van Jannes als de toverstaf van Jambres. Dat is een groot wonder. En een geweldig teken van de God van Israël. Maar het zegt Farao niets.

 

Heeft deze gebeurtenis van circa 3300 jaar geleden ons iets te zeggen? Is het een gebeurtenis die op zichzelf staat? Of wilde God zowel voor die verleden tijd als voor het einde van Gods wegen in onze tijd lessen leren en waarschuwen? Anders gezegd: gaat het hier om profetie?

 

Het antwoord op die vraag is niet moeilijk te vinden!

 

Als God Mozes en Aäron naar Farao stuurt (Exodus 7:1) zegt God tot Mozes: "Zie, Ik stel u (Mozes) als God voor Farao; en uw broeder Aäron zal uw profeet zijn." Het verslinden van de toverstaven van Jannes en Jambres door de staf van Aäron is dus zowel een wonder als een profetisch teken.

 

 

 

De bloeiende staf

 

In Numeri 17:6:8 wordt het volgende ons geopenbaard:

 

‘Nadat nu Mozes tot de Israëlieten gesproken had, gaven al hun vorsten hem voor iedere vorst een staf, naar hun stammen twaalf staven, en de staf van Aäron was onder hun staven. Mozes nu legde de staven neer voor het aangezicht des Heren in de tent der getuigenis. Toen Mozes de volgende dag de tent der getuigenis binnenging, zie, de staf van Aäron, voor het huis van Levi, bloeide; hij had bloesem voortgebracht, bloemen gedragen en amandelen doen rijpen………..’.

 

Dit wonder-teken betrof de aanwijzing, dat er onder de 12 stammen Israëls slechts één stam was, waaruit God het priesterschap had verkozen.

 

Maar dat niet alleen! De aanvankelijk dode, maar in minder dan 1 dag ontluikende staf van Aäron, de hogepriester van Israël, sprak van de dood, de opstanding en de wederkomst van de grote Hogepriester en Koning, Jezus Christus.

 

Deze staf van Aäron was net zo levenloos als de andere 11 staven, maar hij stond op tot nieuw leven en bracht tegelijk bloesem, bloemen en amandelen voort. Laten we dit eerst puntsgewijze bezien.

 

a. de staf bloeide

 

In de staf was onvernietigbaar leven, hetgeen voor iedereen zichtbaar werd in de bloeiwijze.

 

Voorafgaande aan Zijn lijden en sterven getuigt de Here Jezus: ‘Niemand ontneemt het leven Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen en macht het weder te nemen; dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen’(Johannes 10:18).

 

Na Zijn opstanding en hemelvaart openbaart de Here Zich op Patmos aan de apostel Johannes met de volgende woorden: ‘Ik ben de Eerste en de Laatste en de Levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk’ (Openbaring 1:17-18).

 

b. De staf bracht bloesem voort

 

Dit is hetzelfde beeld als we tegenkomen in Johannes hfst.15 met betrekking tot de Wijnstok. De bloesem spreekt van de bloeiwijze in het veelbelovende vruchtdragen. De Here beklemtoont: ‘Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen’(Johannes 15:5).

 

c. De staf droeg bloemen

 

De bloeiwijze mondt uit van bloesem in veelkleurige bloemen. Bloemen hebben o.a. meeldraden zodat het stuifmeel tot een uitbreiding van bloemen kan leiden.

 

In de bloemen herkennen we in aanleg Gods volk, dat is Israël en de gelovigen uit de volken.

 

Al deze veelkleurige bloemen worden voorbereid tot een speciale taak, dat is om in de wereld te getuigen van de Levende Staf, waardoor zij nieuw leven verkregen.

 

Zo zijn aan Israël de Woorden Gods toevertrouwd (Romeinen 3:2), en aan de gelovigen uit de volken het Woord der Verzoening (2 Korinthe 5:19).

 

Israël is in de wereld gezonden als Gods blinde knecht en dove bode (Jesaja 42:19). De gemeente uit de heidenen is gezonden om alle volkeren te onderwijzen, ‘lerende hen te onderhouden alles wat de Here aan de apostelen heeft geboden’ (Matteüs 28:19). De Here zal dan het Woord bevestigen door tekenen, die daarop volgen (Markus 16:20).

 

d. De staf deed amandelen rijpen

 

De bloemen zijn vruchten gaan dragen. En wel heel speciale vruchten: amandelen.

 

De zoete amandel heeft een eetbare pit. Amandelen bevatten olie.

 

Maar waarom deed de staf juist amandelen rijpen?

 

In de bijbel vinden we het antwoord. Toen Jeremia door God was verkozen om tegenover volken en koninkrijken te staan, verontschuldigde hij zich vanwege zijn jonge leeftijd. Maar de Here antwoordde hem: ‘Vrees niet voor hun aangezicht, want Ik ben met u……Ik geef Mijn woorden in uw mond’. Daarop kreeg Jeremia een gezicht van een amandelroede (roede = staf of stok). Dit gezicht wordt door de Here Zelf als volgt verklaard: ‘Ik zal wakker zijn over Mijn woord, om dat te doen’ (Jeremia 1:6-12).

 

Het Hebreeuwse woord voor amandelstaf heeft dezelfde wortel als het woord dat betekent: ‘vroeg in de weer’ of ‘wakker zijn’.

 

De amandelboom is in het beloofde land de eerste van alle bomen, die bloeit. De bloeiwijze (bloesem, bloemen, vruchten) gaat heel erg vlug. Die snelle bloeiwijze spreekt dus van de kracht van het Woord Gods.

 

In de bijbel komen we dit beeld ook tegen in de gouden kandelaar met zeven armen, die in het heiligdom van de tabernakel stond (Exodus hfst.25). Deze kandelaar spreekt allereerst van de verspreiding van het Licht der wereld, de Here Jezus (Johannes 8:12).

 

De kandelaar had de vorm van een boom, met één opwaartse spruit en zes zijwaartse takken. Ook de verdere omschrijving doet aan een boom denken, aangezien uit de schacht (stam) en uit de rieten (takken) schaaltjes als amandelnoten met hun knoppen en bloemen aangebracht moesten worden (Exodus 25:34).

 

In het Oude Verbond was het volk Israël het orgaan van de Here, dat zijn licht moest laten schijnen. Daarom één kandelaar met zeven armen.

 

Maar de apostel Paulus verklaart in Efeze dat de gemeente uit de volken door God wonderbaar is geënt op de edele olijfboom (de schacht of stam van de kandelaar).

 

Vandaar dat we in het Nieuwe Testament zien dat de zevenarmige kandelaar is uitgebreid tot zeven kandelaren (Openbaring 1:13). Dit zijn de zeven gemeenten, die kenmerkend zijn voor de genadetijd onder de volkeren. De versieringen van de kandelaar bestonden voor elke arm uit drie amandelnoten, met hun knoppen of bloesems, terwijl aan de stam of schacht er vier amandelnoten voorkwamen (Exod.25:33,34).

 

Dit vertolkt Gods bedoeling. Dat is dat ook Zijn gemeente uit de heidenen versierd zal zijn met dezelfde versierselen als de Here Jezus. Zij is geroepen het beeld van Gods Zoon gelijkvormig te worden (Romeinen 8:29), te wandelen zoals Hij gewandeld heeft (1 Johannes 2:6), naar Zijn beeld in gedaante veranderd te worden (2 Korinthe 3:18) en vernieuwd te worden (Kolossenzen 3:10). Daartoe heeft Christus zich overgegeven, om Zijn gemeente toe te bereiden, zonder vlek of rimpel, heilig en onberispelijk (Efeze 5:27).

 

Maar hiermee is het belangrijkste nog niet gezegd. Het Hebreeuwse woord voor amandel = Meghed ël. Dat betekent: Vrucht van God. Het Hogepriesterschap van Aaron was rechtstreeks een Vrucht van God. God heeft met dit alles aangegeven dat Hij het geslacht van Aäron tot het hogepriesterlijke ambt had geroepen.

 

Dat had vooral een diepere zin. Met name de voorafschaduwing van het feit, dat niet Zijn Zoon, maar God Zelf Zijn Zoon tot Hogepriester heeft geroepen.

 

Zo lezen we in Hebreën 5:4-6: ‘Niemand neemt zichzelf die eer aan, maar die van God geroepen wordt, gelijkerwijs als Aäron. Alzo heeft ook Christus Zichzelf niet verheerlijkt, om Hogepriester te worden, maar Die tot Hem gesproken heeft: Gij zijt Mijn Zoon……Gij zult priester zijn in eeuwigheid, naar de orde van Melchizedek’.

 

De afgesneden staf (tak), die in één nacht bloeide, bloesemde, bloemen en amandelen voortbracht –bewijzen van de levendmakende kracht- wijst dus met name op de Hogepriester Jezus Christus. Die getuigenis vóóraf werd mede bewaard in het binnenste van de ark.

 

Deze ark des verbonds stond in het Heilige der Heiligen van de tabernakel (Hebr.9:4).

 

Zij bevatte: . de tafelen, hetgeen betekende de volkomen gehoorzaamheid;

 

. de staf van Aäron, dat is het volkomen priesterschap;

 

. de kruik met Manna, met de betekenis van het eeuwige leven.

 

De tabernakel op aarde was een voorafschaduwing (Hebreën 8:5).

 

Maar het allerbelangrijkste is, dat wij hebben zodanige Hogepriester, Die gezeten is aan de rechterhand van de troon der Majesteit in de hemelen. Een Bedienaar des heiligdoms, en des waren tabernakels, welke de Heere heeft opgericht, en geen mens (Hebr.8:1-2).

 

Maar Christus, de Hogepriester der toekomende goederen, gekomen zijnde, is door de meerdere en volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is niet van dit maaksel (deze schepping), noch door het bloed der bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed, eenmaal ingegaan in het heiligdom, een eeuwige verlossing teweeggebracht hebbende (Hebreën 9: 11,12). Christus is Priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek, hetgeen betekent: Hogepriester, Koning en Profeet in één Persoon. Deze Jezus kan dan ook volkomen zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden (Hebreën 7:21-25).

 

 

 

De plagen

 

Gewoonlijk worden de 10 plagen van Egypte in één adem genoemd. Maar als God spreekt noemt Hij deze plagen ook wonderen en tekenen (Exodus 7:3).

 

Dat is natuurlijk niet zonder reden.

 

De eerste 3 plagen treffen zowel Gods volk (Israël) als Egypte (de wereld). En daarin vinden we de reden waarom God deze plagen ook wondertekenen noemt. Deze eerste plagen waren in de toenmalige tijd wonderen en tekenen voor Gods volk (Israël) en tegelijk plagen voor de wereld (Egypte). Voor de wereld om nog mensen wakker te schudden.

 

Daarnaast proberen de tovenaars van Farao elk van deze eerste 3 wonderen te imiteren. Dat lezen we niet meer bij de 4e t/m de 10e plaag.

 

Dat komt omdat bij de laatste 7 plagen God Zijn volk afzondert, zodat Israël niet te lijden heeft onder deze oordelen. Deze laatste 7 plagen treffen dan ook uitsluitend Egypte (de wereld), zoals aan het einde van de tijden dat ook het geval is met de 7 schalen (Openbaring Hfst.16).

 

 

 

Voordat we verder ingaan op de profetische betekenis, nemen we voor de overzichtelijkheid de eerste 3 wondertekenen en/of plagen afzonderlijk onder de loupe (Exodus Hfst.7,vanaf vers 14).

 

a. Water in bloed veranderd

 

Zoals de Here geboden had, heft Aäron zijn staf op en slaat het water van de rivier van Egypte (Exodus 7:19,20). Vervolgens houdt de gehele waterhuishouding van Egypte op water te bevatten. Dat wil zeggen: alle rivieren (inclusief de Nijl), kanalen, stromen, poelen en verzamelplaatsen van water. Zelfs behoort daartoe het drinkwater in de huizen.

 

Alle water ineens in bloed veranderd. Gedurende 7 dagen. Alles wat water was gaat stinken (Exod.7:21). Alles wat leven was in het water (vissen e.d.) verstikt.

 

De nadruk ligt hier op levend water.

 

Kennelijk was bij de plotselinge verandering "dood water" uitgezonderd. We kunnen dan denken aan bijv. een rivier of meer, waarin geen vis kan leven, waarin geen leven is. We hebben daarvan heden ten dage voorbeelden te over "dankzij" de milieu-vervuiling en/of het koelwater van kerncentrales.

 

En dan komen de "adviseurs" van de politiek. Dat zijn wetenschap en techniek. De geleerden van Farao, de tovenaars die met hun kunsten het overgebleven "dode" water ook nog in bloed veranderen.

 

Maar wat de wetenschap niet kan is: al dat bloed terugbrengen in de oorspronkelijke staat van levend water. De tovenaars kunnen dus alleen de kwaal verergeren. Maar niets herstellen. En zeker geen leven! Alleen de Here herstelt. Na 7 dagen is het bloed in de Nijl en in de overige stromen van Egypte weer in levend water veranderd. Want na dit herstel komt weer leven uit dezelfde wateren. Dat zijn de kikvorsen.

 

b. De 2e plaag: kikvorsen

 

Wederom gebiedt de Here Aäron zijn hand met zijn staf uit te strekken over de wateren van Egypte, zodat kikvorsen opkomen (Exod.8:5,6). Deze bedekken het hele land Egypte. Zelfs komen ze in alle kamers van de huizen. Inclusief slaapkamers en keukens. Zo wordt alles verontreinigd. Slapen en broodbakken is niet goed mogelijk. Het normale leven staat op zijn kop. Ook voor Farao. Want de kikvorsen zijn eveneens in alle vertrekken van het paleis.

 

Ook hier doen de geleerden door hun occulte praktijken hetzelfde. Eveneens bij deze 2e plaag wordt daardoor de ellende alleen maar erger. Opnieuw kunnen Jannes en Jambres de plaag alleen naäpen. Niet wegnemen. Niets herstellen!

 

Farao lijkt dan aanvankelijk bereid het volk Israël te laten gaan. Vooral omdat hij zelf veel last ondervindt. Pas als de politiek zelf last krijgt, komen beloften. Voorwaarde is wel dat de plaag eindigt. Als God dan door Mozes en Aäron de plaag wegneemt, gaat niet het water maar het hele land stinken (Exod.8:14). En Farao blijkt een bedrieger. Politiek valt door de mand.

 

c. De 3e plaag: muggen/luizen

 

Dan zegt God tot Mozes: "laat Aäron zijn staf uitstrekken en daarmee het stof der aarde slaan; het zal tot muggen worden in het gehele land Egypte" (Exod.8:16). Zo wordt het stof der aarde tot muggen. En die miljarden muggen komen op mens en dier.

 

We ontmoeten hier het nog ontbrekende derde element. Immers, muggen vliegen. Verplaatsen zich door de lucht!

 

Bij de eerste plaag ging alles wat water geweest was in Egypte (de wereld) stinken. Bij de tweede plaag ging het gehele land stinken. En hier bij de derde plaag wordt de gehele lucht verdorven. De lucht is vol van weggezogen bloed van mens en dier. Want muggen zijn bloedzuigers. Opnieuw haalt Farao zijn geleerden er bij. Ook Jannes en Jambres slaan met hun staf op de grond. Maar hoe hard ze ook slaan, het is tevergeefs. Het is uit met hun toverkunsten. Occulte wetenschap en techniek vallen hier door de mand. Voor het eerst zijn ze gedwongen de waarheid te spreken. Is dat niet merkwaardig! Demonen die "normaal" alleen de leugen in hun vaandel hebben.

 

Neen, dat is niet merkwaardig! In meer gedeelten van Gods Woord komt het voor dat satan en zijn demonen in een hoek zijn gedreven. Nog veel eerder dan mensen moeten ze in een dergelijke situatie erkennen niet tegen God op te kunnen.

 

Als de angst satan en zijn demonen te pakken krijgt, zijn ze gedwongen de waarheid te spreken. Alleen in dat geval! En zo'n geval hebben we ook hier bij de 3e plaag.

 

Daarom zijn de geleerden gedwongen te zeggen: "dit is Gods vinger" (Exodus 8:19). Als het om het scheppen van leven gaat, als het om de opstanding tot nieuw leven gaat, dan is de macht van satan opgehouden. Dat is zelfs niet door hem na te apen. Het levenloze stof van de aarde herscheppen in levende muggen behoort alleen tot de scheppingskracht van God.

 

Overigens moeten de geleerden nog meer erkennen. Als we scherper toezien dan zijn satan en zijn demonen hier gedwongen om de derde Persoon van de Goddelijke volheid -natuurlijk helemaal tegen hun zin - te noemen.

 

Ze spreken niet zo maar van God. Ze spreken van "Gods vinger".

 

En "Gods vinger" beschreef de 2 uit de rots gehouwen tafelen waarop de wet werd geschreven. "Gods vinger" is de kracht van de Heilige Geest!

 

De vinger van God die boze geesten uit mensen drijft (Lukas 11:20). Gods vinger, Die de Here Jezus uit de doden deed opstaan (Romeinen 8:11). De kracht van de Heilige Geest die nog een keer voor Gods volk nieuw leven uit de doden zal opwekken. Dat zal spoedig komen. Dat vangt aan met de verandering van de in Christus ontslapenen en de thans in Christus levenden (1 Tessalonicenzen 4:13-17). Dat krijgt een direct vervolg met het wegnemen van de gedeeltelijke bedekking van Israël (Romeinen 11:15,25) en de uitstorting van de H.Geest (Joël 2:28). Dat wordt besloten met de opstanding van de schare, die niemand tellen kan (Openbaring 7:9-17).

 

Daarmee zijn we gekomen tot de profetische betekenis van de wondertekenen of plagen van Egypte.

 

We hebben al gesproken over de directe relatie van de plagen in het 2e bijbelboek "Exodus" met de oordelen (o.a. schalen) in de laatste dagen. De periode die wordt beschreven in het laatste bijbelboek "De Openbaring". Een herhaling van de wondertekenen, door God voorzegd (Joël 2:30; Micha 7:15). De plagen doen zich dan in hun volle omvang voor. Over heel de wereld.

 

Nog is het niet zover. We leven nu in de tijd van de voorbereidende werken vóórdat satan verschrikkelijk in botsing komt met God. De voorbereidende werken waardoor het water, het land en de lucht wereldwijd verschrikkelijk gaan stinken. Zowel letterlijk als figuurlijk.

 

De stank van bloed door politieke systemen, door honger, door drugs, door porno, door aids, door abortus en euthanasie, veroorzaakt door bloedzuigers. Het bloed van de vluchtelingen en de vervolgingen. De stank van de oorlogen, van martelingen, van de medische experimenten, van het vergassen van 6.000.000 Joodse slachtoffers (Holocaust).

 

Leviticus 17:11 zegt dat "de ziel van het vlees in het bloed is". Dat is wat de muggen, de bloedzuigers wegzuigen: het leven. Muggen brengen ziekten over. Niet alleen lichamelijke maar in onze tijd vooral psychische. Een belangrijk deel van de mensheid is zenuwziek.

 

Ook alle huizen worden in onze tijd verontreinigd door de kikvorsen, de stank van internet, televisie, en drukwerk. Door de stank van de occulte namaak-religies met als uiteindelijk doel het grootste compromis: de wereldkerk. De tovenaars, de dwaalleraars van onze tijd, die de kracht van Gods wonderen en tekenen proberen te verdoezelen of te verzwakken. Door het Woord van God te vermengen met andere "bijbels".

 

Door de kernpunten van het christelijk geloof te ontkrachten. Door Israël van alles de schuld te geven. Door de kerk in de plaats van Israël te stellen. Daardoor Gods "onberouwelijke" beloften voor volk en land van Israël weg te wuiven.

 

Daarnaast zijn er de kikvorsen van de evolutietheorie. Die beweren dat gevaarlijke ontwikkelingen, inclusief straling en dumping van chemisch en nucleair afval, in het belang van de vooruitgang op de koop toegenomen moeten worden. Het surrogaat dat de plaag voor de wereld alleen maar kan verergeren.

 

Het einde zal komen voor de moeder der hoeren -Babylon, de valse wereldkerk en de valse wereldeconomie - de muggen die zich tegoed hebben gedaan aan het bloed van de getuigen van God. Het einde zal ook komen voor de antichrist en de valse profeet (Openbaring Hfst.17-19).

 

Want Christus zal wederkomen op de Olijfberg te Jeruzalem (Zacharia 14:4), waaraan onmiddellijk voorafgaat de wereldoorlog tegen God (H)armageddon - Openbaring 16:16), waarbij de geweldige legers uit het Oosten verzameld zijn door kikvorsen (onreine geesten van duivelen).

 

In Openbaring 16:13 staat dit geschreven: "En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen".

 

Gods volk is nog in de woestijn van de wereld. Ook Gods volk kan zich niet onttrekken aan die besmetting. Nog zijn het omtrekkende, omsingelende bewegingen van satan. Met als doel het steeds dichter naderen van de prooi. Nog is de volheid van de ongerechtigheid niet bereikt. Maar dat kan niet lang meer duren! Voor Gods volk (Israël én gemeente van Christus) zijn de wereldwijde plagen tekenen. Tekenen der tijden.

 

Tekenen dat satan doende is plotseling Jannes en Jambres te lanceren. De komende anti-christ en de komende valse profeet. Maar Gods volk weet dat daarmee ook de wonderen aanstaande zijn. Het einde van de eerste 3 plagen.

 

Om dit te onderstrepen heeft God ook op dit punt een verborgenheid in Zijn Woord ingebouwd. Een verborgenheid waarin de Heilige Geest (Gods vinger) ons leidt.

 

Namelijk deze verborgenheid, dat God alleen de drie eerste plagen van Egypte in werking heeft doen treden door middel van de staf van Aäron.

 

Immers, bij de overige plagen lezen we niets over deze staf. Dat wil zeggen dat de staf van Aäron of de staf van de hogepriester spreekt van genade, van de genadetijd.

 

De staf van Mozes sprak van Koninklijke macht en gezag.

 

Maar de staf van Aäron (hogepriester) sprak van vergeving, liefde en genade, die de doden levend maakt, en de dingen, die niet zijn roept, alsof ze waren.

 

Die staf van Aäron bracht genade en genezing bij Gods volk gedurende de eerste 3 plagen, waaraan Gods volk zich niet kon onttrekken. Daarna werd Gods volk afgezonderd. Dat feit onderstreept dat vanaf de 4e plaag de genadetijd voorbij is.

 

In verband met de staf van Aäron is het bovendien van belang om te zien naar Hebreën 9:4.

 

De apostel spreekt daar over de ark des Verbonds en zegt: ‘waarin een gouden kruik was, waar het manna in was, en de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen des verbonds’.

 

Dit was in de woestijn. De staf en het manna waren de genadebewijzen voor Gods volk in de woestijn.

 

Maar in 2 Kronieken 5:10 lezen we: ‘er was niets in de ark dan alleen de twee stenen tafelen, die Mozes bij Horeb daarin gelegd had, toen de Here een verbond maakte met de kinderen Israëls, toen zij uit Egypteland uitgetogen waren’.

 

Dit gegeven uit 2 Kronieken 5:10 betreft de tijd, toen de woestijnreis voorbij was. Daarom vinden we hier geen bloeiende staf en kruik met het manna meer.

 

De conclusie is dus dat de staf van Aäron alleen gedurende de woestijnreis in de ark bleef. Als de woestijnreis voorbij is, is ook de genadetijd voorbij. Zie ook Richt.1:16 toen de woestijnreis voorbij was (Keniten-Philadelphia).

 

Ook dat feit heeft Gods volk veel te zeggen. De dorre, dode staf is het beeld van de natuurlijke toestand van ieder van ons. Daarin zit geen sap, geen opstanding, geen nieuw leven en geen kracht. Maar de plotselinge bloeiwijze met de bloesem, de bloemen en de amandelvruchten stellen de levendmakende macht en genade van God voor, waarop de dienst van de priesters berust. Zo was het met het priesterschap (Levieten) in die tijd, en zo is het gebleven, eveneens met de dienst in de gemeente uit de volkeren. Elke bediening in de oorspronkelijke en huidige gemeente Israëls (de kerk is immers bij Israël gekomen, daarop geënt, zodat er alleen sprake is van één gemeente – deze beide die de Here Jezus één gemaakt heeft in Zijn lichaam aan het kruis; zie ook Efeze Hfst.2) is de vrucht (amandel) van Zijn genade, de gave van Christus, de Hogepriester van Gods volk, alles toebedeeld door de Heilige Geest.

 

Ook Paulus onderschrijft deze amandelvruchten van de staf van Aäron. In Galaten 1:1 betuigt hij van zijn bediening: ‘een apostel, niet vanwege mensen noch door een mens, maar door Jezus Christus en God de Vader, die Hem uit de doden opgewekt heeft’.

 

Dat de eerste 3 plagen tot volheid komen, is ook te zien aan de enorme versnelling die God aan Zijn plan geeft in het laatst der dagen. Die versnelling wordt vergeleken met "barensweeën" (1 Tessalonicenzen 5:3). Terwijl in het westen enkele miljoenen mensen per jaar de kerk verlaten, komen in de rest van de wereld per dag vele duizenden mensen tot bekering! (Bron: World Outreach/ E.O.Visie). "Zijn Woord loopt zeer snel" (Psalm 147:15).

 

God maakt haast met de volheid van Zijn gemeente. Het einde van het verblijf op aarde voor de gemeente van Christus omdat God Zijn volk afzondert van de volgende plagen.

 

Omdat de Here Jezus het volbracht heeft door het plaatsvervangend offer en de gemeente niet komt in het oordeel.

 

Die afzondering komt tot stand door de opname van de gelovigen. Zoals Henoch en Elia werden opgenomen (Genesis 5:24; 2 Koningen 2:11).

 

Door het wegnemen van de gedeeltelijke bedekking en het herstel van Israël. Israël (de vrouw) wordt eveneens wonderlijk opgenomen, opdat zij met twee vleugelen van een grote arend vliegt in de woestijn, in haar plaats (Openbaring 12:6,14). Daarmee wordt Israël door God afgezonderd, gevoed en beschermd in de woestijn, buiten het gezicht van de slang.

 

Dat is in het land, waar Hij is. Daarvan is het land "Gosen" een beeld. "Gosen" betekent "nabijheid". De Here was in dat land aanwezig en Israël was daar afgezonderd (Exodus 8:22; 9:4, 26; 10:23). Zie ook Genesis 15:18 en Ezech.47:22,23.

 

In het kader van de 10 plagen van Egypte staan we nog even stil bij de 6e plaag (Exod.9:11).

 

Bij die 6e plaag van Egypte braken zweren uit. Dan breekt feitelijk de ongerechtigheid door naar buiten. Jannes en Jambres probeerden tot en met de 3e plaag de wondertekenen na te doen.

 

Bij deze 6e plaag lezen we de laatste keer over hen. Dan breken ook bij deze geleerden de zweren uit (Exodus 9:11). Daarmee wordt "hun onzinnigheid aan allen duidelijk" (2 Timoteüs 3:8,9).

 

De dwaasheid van het namaak-merkteken 666 en de onzinnigheid van politiek, religie, wetenschap en economie zonder God zal ook tenslotte duidelijk openbaar worden in de laatste jaren van de Grote Verdrukking (zie o.a. Openbaring 13:11-18).

 

Ten tijde van die overige plagen treden opnieuw de 2 getuigen van God op, vermoedelijk Mozes en Elia (Openb.11:3 e.v.). Als vijanden deze 2 getuigen willen beschadigen, dan zal een vuur uit hun mond gaan, hetgeen de vijanden zal verslinden.

 

Deze 2 getuigen hebben macht om de hemel te sluiten, opdat geen regen valt gedurende de Grote Verdrukking (de tweede 3½ jaar van de laatste jaarweek van Israël). Eveneens hebben zij macht over de wateren, om die in bloed te veranderen, en de aarde te slaan met allerlei plagen.

 

Mede door hun getuigenis komt dan nog een ontelbare schare uit de volkeren tot bekering.

 

Als deze 2 getuigen van God, nadat zij hun getuigenis voltooid hebben, door het beest gedood worden en 3½ dag op de straat van Jeruzalem (Ha Nevi’im = straat van de profeten) liggen, komt de Geest des levens uit God (Gods Vinger) in hen, zodat zij plotseling uit de dood opstaan, opnieuw leven en ten hemel varen. Dat is het zoveelste wonder-teken waarvan de staf van de grote Hogepriester spreekt.

 

Het zij herhaald: God sprak tot Mozes: Zie Ik heb u tot een god gezet over Farao, en Aäron, uw broeder, zal uw profeet zijn (Exod.7:1).

 

De profetische staf van Mozes sprak van Koninklijke macht en gezag.

 

De profetische staf van Aäron sprak van Hogepriesterlijke liefde, vergeving, genezing en genade. Deze profetie wordt tenslotte op aarde in één Persoon volkomen, dat is de Here Jezus als Profeet, Koning en Hogepriester.

 

De staf die 2 staven verslindt

 

In het voorgaande hebben we gezien dat de staf van Aäron in één nacht was gaan herleven, en bloesem, bloemen alsmede amandelvruchten voortbracht.

 

Tevens zagen we dat bij de derde plaag van Egypte Aäron zijn staf moest uitstrekken om daarmee het stof der aarde slaan zodat het tot muggen werd in het gehele land Egypte.

 

Deze beide voorbeelden, de dode staf en het dode stof, spraken van het scheppen van leven en/of van de opstanding tot nieuw leven. Beide voorbeelden waren profetisch. Immers, Aäron was door God als profeet aangewezen (Exodus 7:1).

 

De staf van Aäron spreekt in feite van de kracht van de Heilige Geest, Die de Here Jezus deed opstaan uit de dood. De opstandingskracht van nieuw leven, waarvan de Here Jezus de Eersteling is. Nieuw leven dat geen dood meer zal zien. Maar er is meer.

 

De staf van Aäron spreekt van Gods Vinger, de macht van de Heilige Geest, Die sterker is dan de macht in de vorm van een slang. Het woord "slang" staat in Exodus 7 voor "draak of monster". En satan wordt in de Schriften ook aangeduid als draak (o.a. Openbaring 20:2).

 

Zoals we bij de 3e plaag van Egypte gezien hebben, verslindt de staf van Aäron de twee draken die de tovenaars produceren (Exod.7:12).

 

Wie is hier de Grote Producer? Jannes en Jambres zijn tovenaars (geleerden) van Farao. Farao is dus een beeld van satan. Feitelijk laat satan hier 2 slangen of draken produceren. De naam Jannes betekent "onderdrukker". De naam Jambres wil zeggen "weerspannige" (zie ook Spreuken 17:11). Samen met Farao zijn ze tegenstanders van de God van Israël.

 

We hebben hier te maken met de profetische tekening van satan en zijn 2 namaakdraken, de nabootsing van de Goddelijke volheid.

 

Nu is het merkwaardige dat de namen van de 2 tovenaars (geleerden) van Farao niet in het Oude Testament voorkomen. Deze namen worden dus ook niet bij deze profetische gebeurtenis in het bijbelboek Exodus (3300 jaar geleden) genoemd.

 

Dat wordt eerst circa 1900 jaar geleden gedaan in het Nieuwe Testament in 2 Timoteüs 3:8. En hier laat de Heilige Geest de ontbrekende schakel naar onze tijd zien.

 

Met het noemen van de namen in het Nieuwe Testament verbindt de Heilige Geest de tovenaars van Farao met de namaak-kerk in de laatste dagen. Dat zijn allen die allerlei wind van leer verspreiden of volgen en zich afdekken met een schijn van godsvrucht. Die het Woord van God op duizend en één manieren uitleggen en op essentiële punten ontkrachten. Het is de voorbereiding van de wereldomvattende religieuze, occulte namaakkerk, waarin iedereen zich kan herkennen. De grootste gemene deler van de voornaamste wereldgodsdiensten.

 

Dat zijn de voorbereidende werken van de grote diabolos (satan = degene, die in verwarring brengt), die daarmee zijn grootste en laatste aanval op de mensheid loslaat.

 

Bij die laatste aanval komen de 2 slangen of draken van satan ineens op het wereldtoneel. Dat zijn de antichrist (de politieke wereldleider) en de valse profeet (religieuze wereldleider).

 

Ze vormen met satan de namaak-drieëenheid. In het laatste bijbelboek "De Openbaring" worden deze slangen ook beesten genoemd. Beest nr.1 komt op uit de zee, uit het water. En Beest nr.2 uit de aarde (Openbaring Hfst.13). Ook die voorafschaduwing spreekt al vanuit de toenmalige plagen van Egypte. De kikvorsen kwamen op uit het water. En de muggen uit de aarde.

 

Het laatste bijbelboek voorzegt dat Beest nr.1 en Beest nr.2 zullen worden verslonden door de grote Hogepriester, de Here Jezus bij diens wederkomst op aarde. Zoals de staf van Aäron de staven van Jannes en Jambres verslond.

Tags: Bijbel, Bijbelstudie, Paul J.M. van Teeffelen, Studie

http://bethyeshua.ning.com/forum/attachment/download?id=2002023%3AUploadedFile%3A176495

 

 

Categories: None

Post a Comment

Oops!

Oops, you forgot something.

Oops!

The words you entered did not match the given text. Please try again.

Already a member? Sign In

0 Comments